English

Pauline Oostenrijk (hobo)

pauline 184Pauline Oostenrijk ontving in 1999 de Nederlandse Muziek Prijs, de hoogste staatsonderscheiding op het gebied van de Klassieke Muziek. Voordien had ze op nationale en internationale concoursen al de nodige prijzen in de wacht gesleept, waaronder de eerste prijs van het Fernand Gillet hoboconcours in Baltimore, die haar een recital in Carnegie Hall opleverde. In 1986 was ze de Nederlandse ‘Young Musician of the Year’.

Ze studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Koen van Slogteren en Jan Spronk, en volgde daarna lessen bij o.a. Han de Vries en Thomas Indermühle. Daarnaast voltooide ze een pianostudie bij Willem Brons.

Pauline Oostenrijk is als solo-hoboïste verbonden aan het Residentie Orkest. Van haar activiteiten als soliste en kamermusicus getuigen een aanzienlijk aantal cd-opnames. Ze soleerde bij o.a. het Residentie Orkest, het Radio Philharmonisch Orkest, het Radio Kamer Orkest, Sinfonietta Amsterdam, het orkest van de Westdeutsche Rundfunk Köln, het Salzburger Kammerorchester, l’Orchestre d’Auvergne en het Orkest van het Oosten. Verschillende componisten schreven werken voor haar, waaronder Louis Andriessen (‘To Pauline O’ voor hobo solo). Ze treedt regelmatig op met haar zus, de sopraan Nienke Oostenrijk in het Ensemble Oostenrijk-Jansen (barokensemble met klavecinist David Jansen en cellist Maarten Jansen). Ze geeft recitals met pianist Ivo Janssen en is lid van het gezelschap Nieuw Amsterdams Peil, dat hedendaagse kamermuziek uitvoert, en van het Blazers Kamer Collectief.

Tot 2007 was ze hoofdvakdocente hobo aan de conservatoria van Amsterdam en Den Haag, een functie die ze neerlegde om meer tijd aan haar uitvoerende activiteiten te kunnen besteden.

In opdracht van de Raad van State componeerde ze, ter gelegenheid van het zilveren Regeringsjubileum van Koningin Beatrix, een werk voor althobo en klein ensemble, dat ze in november 2005 voor Hare Majesteit heeft uitgevoerd.

Onlangs verscheen haar eerste boek: ‘De geest van Stotijn en andere muziekverhalen’. Hierin voegt ze haar ervaringen als musicus, haar heldere waarnemingen en haar rijke fantasie op een geheel eigen wijze samen tot wonderlijke, ontroerende en soms hilarische vertellingen. Het Algemeen Dagblad sprak van een opvallend dubbeltalenten vergeleek haar zonder reserve met schrijvers als Anna Enquist en Maarten ’t Hart. Hiermee heeft de, toch al zo veelzijdige, carrière van Pauline Oostenrijk een veelbelovende nieuwe wending genomen.